Zeg het maar

Een paar weken geleden mocht ik met mijn dochter op pad om te helpen bij het uitzoeken van en betalen voor een laptop. Ze gaat studeren en op kamers, en daar heeft ze uiteraard een laptop voor nodig. Aangezien we tegenwoordig extreem afhankelijk zijn van die apparaten, was het ook belangrijk in welke winkel hij gekocht zou worden vanwege de service bij eventuele IT-problemen. We gingen dus eigenlijk op zoek naar een laptop en een winkel met fijne service.
Ik stelde voor om eerst te gaan kijken bij Orbit, een computerwinkel pal naast mijn vroegere middelbare school. Die zit er al heel lang en wordt gerund door enkele echte computerexperts. Ik heb er zelf naar volle tevredenheid twee computers gekocht. De jongens achter de balie hielpen me met uitzoeken en installeren, zetten programma's en bestanden over en pasten nog wat zaken voor me aan. Toen ik later een keer terug moest voor service, werd ik ook perfect geholpen. Dus vol goede moed stapten we op de winkel af.
Mijn middelbare school zit daar inmiddels niet meer. Het gebouw is enkele jaren geleden omgebouwd tot een opvang voor daklozen, waardoor de omgeving behoorlijk is veranderd. Er verblijven regelmatig mensen rond het gebouw (en vlak voor de ingang van de winkel) die zichtbaar met verslaving of andere problemen kampen. Ooit herkende ik tussen hen zelfs een oud-klasgenoot die op de middelbare school al verslaafd was geraakt. Dat was nogal confronterend.
We liepen langs de daklozenopvang de winkel in. Binnen ziet Orbit eruit zoals je hoopt dat een winkel van echte computerexperts eruitziet: meer IT-werkplaats dan showroom. Tegen de wanden staan laptops, desktops en dozen met hardware, en in het midden liggen pakketten die zo te zien nog maar net zijn binnengekomen. Geen gelikte aankleding of fancy schermen – je krijgt in ieder geval niet de indruk dat je daarvoor extra betaalt. Helemaal achterin bevindt zich de balie met daarachter twee jongens. De ene was bezig met een klant, de andere werkte aan een laptop. We liepen de winkel door, bleven bij de balie staan en wachtten totdat hij oogcontact zou maken. Dat duurde even en we twijfelden of hij ons gezien had. Net toen ik zijn aandacht wilde trekken, zei hij zonder op te kijken: "Ja, zeg het maar."
“Zonder op te kijken: "Ja, zeg het maar."”
Mijn dochter keek me verward aan en stamelde: "Ik kom een laptop kopen voor mijn studie." De jongen reageerde onmiddellijk en antwoordde: "Dat kan, we hebben deze en deze, die hier voor me op de balie staan. Daar aan de zijkant staan er nog drie die uit het assortiment gaan, maar die zijn ook heel goed." Daarna spuwde hij nog enkele technische specs uit. En toen werd het stil.
Mijn dochter tilde voor de vorm nog even één van de twee laptops van de balie op, drukte een paar toetsen in en vroeg toen aan mij: "Moet ik nu kiezen, of mag ik er nog even over nadenken?" Ik haalde al adem om haar te vertellen dat die apparaten echt goed waren en dat deze winkel mij altijd echt goede service had verleend, maar ik wist net op tijd op mijn tong te bijten. "We gaan er even over nadenken", mompelde ik tegen de jongen, en we liepen naar buiten.
Eenmaal buiten vertelde ze me: "Een tijdje geleden heb ik in de stad oortjes voor mijn telefoon gekocht, en in die winkel hadden ze ook computers. Zat aan het begin van een winkelstraat." Ze wist verder niet meer precies waar de winkel zich bevond, dus gingen we alle mogelijke winkels in het centrum af. Nadat we drie kwartier rondgewandeld hadden, vroeg ik haar: "Kun je iets meer vertellen over die winkel? Misschien kan ik hem dan wel vinden." Ze zei: "Er stond iets over een glimlach op de shirts." Aha!
Vijf minuten later stonden we in de Coolblue en stapte er een meisje op ons af. Ze stelde zich voor en vroeg waarmee ze ons kon helpen. Mijn dochter vertelde: "Ik ga na de zomer studeren en ik heb een laptop nodig." Ik bereidde me voor op een technische wedervraag, maar het gesprek dat volgde, liep iets anders:
"Wat leuk! Wat ga je studeren?"
– PABO en dan ALPO.
"Echt waar? Wat cool! Ik doe ook zoiets. Waar ga je studeren?"
– Hier in Nijmegen.
"Oh, maar dan heb je volgende week de introductieweek al, toch?"
– Ja, best spannend.
"Is ook spannend, maar iedereen vindt het spannend hoor. En het is echt kei-leuk! En dan heb je dus ook een laptop nodig?"
Ik verwachtte dat de verkoopster nu wel zou doorstappen naar het aanprijzen van enkele modellen, maar nee: "Heb je zelf al iets in gedachten? Of heb je er hier in de winkel al eentje gezien die je aanspreekt? En wat zoek je precies? Wat moet je er straks mee kunnen, hebben ze je bepaalde eisen meegegeven vanuit je opleiding?"
En zo ontstond het gesprek tussen mijn dochter en de verkoopster. Uiteindelijk zijn we met een prachtige, veel te dure laptop, enkele accessoires en een laptophoes de winkel uitgestapt. De verkoopster had ons door goed te luisteren nog bijna een tablet erbij verkocht. Als ze combikorting had aangeboden, hadden we het nog gedaan ook, denk ik.
“Door goed te luisteren had ze ons bijna ook nog een tablet verkocht.”
Toen we naar huis reden, merkte ik dat ik de verkoopster in de winkel erg dankbaar was. Niet omdat ze ons zo goed had geholpen, maar omdat ik zeker wist dat mijn dochter, zodra ze voor het eerst helemaal alleen op kamers gaat in een nieuwe, grote stad, zonder enige drempelvrees naar Coolblue zal fietsen, zal vertellen wat ze nodig heeft en dat ze daar zeer waarschijnlijk weer heel goed geholpen zal worden.
Betekent dit dat ik vanaf nu ook zelf een volgende laptop bij Coolblue ga kopen? Zeker niet. Ik ga dan gewoon naar mijn vertrouwde adresje. Naar Orbit. Naast mijn vroegere middelbare school, waar ik zelfs één van de daklozen ken in die inmiddels behoorlijk veranderde omgeving. Niet uit sentimentele overwegingen, hoewel het wel zo klinkt, maar omdat ik die benadering prettig vind. Geen vragen over mezelf, maar gewoon meteen ter zake over hetgeen waarvoor ik daar kom; een goede laptop waar ik niet te veel voor betaal, met de nieuwste software en enkele aanpassingen op maat. Geen opsmuk aan het gebouw, geen fancy schermen aan de muur, maar als ik wil mag ik er wel zelf koffie pakken.
Dat is wat ik prettig vind. Maar vandaag ging het om mijn dochter. En die houdt niet van koffie. Die had even iemand nodig die zich in haar verplaatste.
Verkocht.
Deel deze column
Martijn Nap is epidemioloog en gezondheidseconoom, opgeleid aan de Radboud Universiteit. Hij werkte ruim 25 jaar op het snijvlak van zorg, data, technologie, marketing, en strategie, zowel internationaal als in Nederland. Vier jaar lang was hij algemeen directeur van IQVIA Nederland, wereldwijd marktleider in healthcare data, analytics en AI. Daarvoor vervulde hij internationale leiderschapsrollen binnen de life sciences sector. Vanuit Third Force Advisory adviseert hij bestuurders en organisaties over de toekomst van gezondheid, zorgtransformatie en maatschappelijke strategie.