← Terug
Gezondheid, Marketing & Preventie · Column

Stoeptegels, knieheffen en andere prioriteiten

Aan de coronacrisis heb ik één positieve gewoonte overgehouden: wandelend vergaderen. Tijdens de lockdown had ik op een gegeven moment drie vaste wandelrondjes ontwikkeld: eentje van 25 minuten (voor vergaderingen van een half uur), eentje van 50 minuten (voor de vergaderingen van een uur), en eentje van vijf kwartier. Die laatste was voor de monstermeetings van anderhalf uur. Dan had ik daarna nog een kwartiertje voor koffie-plassen-mail-checken.

Stoeptegel met instructie voor knieheffen op een straat

Sindsdien wandel ik wat af; naar de stad, koffie halen bij Espressobar Hugo en terug, of naar Jimmy’s Coffee en terug. En voor lange vergaderingen langs allebei. Over de dijk of door een park. Heerlijk. Af en toe neem ik een detour, voor de afwisseling. En daar kwam ik laatst een bijzondere stoeptegel tegen: op de stoeptegel stond “knieheffen”. Met een afbeelding van een mannetje dat voordeed hoe dat moest. Heel even voelde ik de aandrang om daadwerkelijk te gaan knieheffen, maar ik kon me net op tijd bedwingen. Er zijn grenzen aan deze gezondheidsmanie. Het vitaliteitsdrammen. Ik doe daar ook vaak aan mee.

Deze tegel is een prachtig voorbeeld van falende preventie — hoe goedbedoeld deze gemeentelijke interventie ook is. Want wat is het idee hierachter? Dat mensen die daar langslopen met haast, boodschappen, een rollator, een peuk, joint of biertje in hun hand, of een hond aan de lijn spontaan alles uit hun handen laten vallen om even te gaan knieheffen? Ain’t gonna happen. Maar die tegel ligt daar wel. Daar moet over vergaderd zijn. In de begroting opgenomen. Budget aan toegekend. Een opdracht aan de tegelmaker. Aanbesteding om een aannemer te vinden. Stratenmaker in actie. En uiteindelijk stappen we eroverheen of doet een hond zijn behoefte erop. De marketingstrateeg in mij vraagt zich bovendien af: heeft iemand ooit gemeten hoeveel mensen zijn gaan knieheffen door deze tegel, en was dat de investering waard als je dat vergelijkt met andere preventiemaatregelen die we met datzelfde geld en diezelfde vergadertijd hadden kunnen nemen?

Dit soort sympathieke acties zijn in mijn ogen weinig effectief, en ze kunnen zelfs bijwerkingen opleveren. Een tegeneffect. Door de vele goedbedoelde tips, adviezen en suggesties ontstaat er een wildgroei aan “Weet je wat jij moet doen…”-achtige signalen rondom gezondheid en vitaliteit. De doelgroep zit daar doorgaans niet op te wachten, negeert het, of ergert zich eraan. Iemand vertelde me laatst dat de schrijver van het liedje “Liever te dik in de kist dan een feestje gemist” zijn inspiratie had gekregen uit het zoveelste goedbedoelde, drammerige gezondheidsadvies. Hij had spontaan drie frikandellen speciaal besteld en dat liedje geschreven. Ik weet niet of het daadwerkelijk zo is gegaan, maar dit tegeneffect bestaat echt – ik heb dergelijke reacties regelmatig om me heen gehoord.

Een ander aspect vind ik eigenlijk net zo zorgelijk: ik noem dit het “verwarringseffect”. Het viel me jaren geleden voor het eerst op. Een collega van mij, die worstelde met haar gewicht, vertelde me vol enthousiasme dat ze had gehoord dat eten na 20.00 of 22.00 uur ’s avonds extra dik maakt, omdat je stofwisseling dan verandert. De oplossing was dus om voor 20.00 uur je laatste maaltijd te eten. Ze vertelde het met een toon van: “Vanaf nu wordt alles anders, want met dit gouden inzicht gaat mijn overgewicht smelten als sneeuw voor de zon.” En het enige dat ik dacht, was: “Wat is beter voor het lichaamsgewicht: elke dag friet met pindasaus en een halve liter bier vóór 20.00 uur, of een maaltijdsalade zonder dressing ná 22.00 uur?” Ik heb die gedachte niet uitgesproken, maar hij is me sindsdien blijven achtervolgen.

Nu overgewicht de nieuwe pandemie is – meer dan de helft van de Nederlanders is te zwaar – poppen er steeds vaker van die goedbedoelde tips & tricks op. Zoetstof in plaats van suiker in de koffie. 0.0-bier. Frisdrank light. Eerst je groenten eten en dan pas je eiwitten. Parkeer je auto iets verder bij de ingang van de supermarkt vandaan. Sta elk half uur even op als je achter je laptop hebt gewerkt.

Het probleem is niet dat al deze adviezen afzonderlijk per definitie onzin zijn. Misschien helpt vaker opstaan een beetje. Misschien heeft eten voor 20.00 uur effect op het lichaamsgewicht. En wie daadwerkelijk gaat knieheffen op die stoeptegel: vooral doorgaan.

Het probleem is dat al die maatregelen zonder enige rangorde naast elkaar worden gezet. Daardoor lijkt een zoetje in de koffie ongeveer even belangrijk als minder alcohol drinken, en knieheffen op een stoeptegel even relevant als structureel anders eten. Het heeft ook iets hyperigs. Mensen kiezen vervolgens begrijpelijkerwijs de gemakkelijkste maatregel, of degene die ze het laatst hebben gehoord. Ze eten na acht uur niets meer, staan elk half uur even op uit hun stoel of parkeren twintig meter verderop – en hebben het gevoel dat ze goed bezig zijn. Intussen blijven de veranderingen die waarschijnlijk veel meer verschil maken onaangeroerd.

En dat gebeurt niet alleen bij mensen zelf. De burger kiest de gemakkelijkste of meest spraakmakende gezondheidstip, terwijl overheden en organisaties de gemakkelijkste preventiemaatregel kiezen. De burger parkeert 20 meter verderop; de gemeente legt een knieheftegel neer. Beiden kunnen vervolgens denken: zo, wij zijn goed bezig. De moeilijkere maatregelen, die vaak meer impact hebben, blijven intussen onaangeroerd. Of ze krijgen net zoveel aandacht als de gemakkelijke, maar minder effectieve maatregelen. Daardoor raken de tijd, de aandacht en het budget van preventiemedewerkers en andere beleidsmakers versnipperd. Zo krijgt geen enkele maatregel echt momentum of impact. Daarvoor moet dezelfde prioriteit immers overal terugkomen: in het beleid, in de communicatie en op de plaats waar mensen dagelijks komen. Een veelgehoord mantra in de harmoniegevoelige preventiecultuur luidt: “Laat duizend bloemen bloeien”. Ik zet daar tegenover: “Laten we nou eens gezamenlijk één grote boom laten groeien”.

“Preventie zonder prioriteiten wordt preventieruis.”

Preventie zonder prioriteiten wordt preventieruis.

Mijn favoriete voorbeeld kwam langs op het podium van, ik verzin dit niet, het meest recente Nationale Obesitas Congres. De tip luidde: “Doe een lepeltje azijn bij je salade. Goed voor de stofwisseling.” Of zoiets. En ik dacht: serieus joh? Gaan we hier de landelijke pandemie klein mee krijgen? Tijdens het hele congres werd met geen woord gerept over de marketing achter ongezond eten, of over de ongezonde voedselomgeving in steden en dorpen, maar tijdens de pauze viel me op dat er enorme hompen boerencake van de lokale bakker naast de koffieautomaten lagen…

Overgewicht en obesitas zijn complexe aandoeningen. Als je eenmaal langere tijd fors te zwaar bent, is het helaas niet zo eenvoudig om af te vallen met “een beetje wilskracht en discipline, meer bewegen, minder eten”. Dat overtollige vetweefsel is metabool actief, hormonen en verzadigingsmechanismen zijn veranderd, en het lichaam verzet zich tegen gewichtsverlies. Er is dus meer voor nodig om het gewicht weer terug naar normaal te krijgen.

Maar voorkomen dat mensen te zwaar worden is overzichtelijker: meer gezonde voeding, meer bewegen, en meer aandacht voor slaap. En dus minder ongezonde voeding, minder vaak, kleinere porties, en minder stilzitten. De oorzaak van overgewicht is in essentie eenvoudig (zeldzame stofwisselingsziekten daargelaten), maar de oorzaak aanpakken is moeilijker. Of maken we het moeilijk?

De crux zit hem erin dat we nu eenmaal moeten eten en drinken, en dat deze gewoonten ingebakken zitten in ons dagelijks leven. Ik denk alleen dat het dan niet helpt als we “all over the place” allerlei goedbedoelde adviezen gaan rondstrooien. Dat leidt tot irritatie, verlamming of willekeur. En dan gaan mensen gewoon door met wat ze deden, of gaan ze energie steken in betrekkelijk zinloze veranderingen met marginale impact.

Ik zou het daarom systematisch en stap voor stap aanpakken. Het ligt dan ook voor de hand dat we eerst een duidelijke rangorde aanbrengen. Bereken nou eens welke onderdelen van ons dagelijks eten en drinken de meeste calorieën bevatten en een lage voedingswaarde hebben. Ik vermoed dat je dan al snel uitkomt bij frisdrank, diepvriespizza’s, alcohol, chips, snoep, roomijs en koekjes. Hoog-calorisch, ultra-processed, hyper-palatable en totaal onnodig om gezond te leven.

Het doel is dan om inzicht te krijgen in welke producten en gewoontes het meest bijdragen aan overgewicht, en met welke veranderingen we de meeste gezondheidswinst kunnen behalen. En ga daar vervolgens mee aan de slag. Niet door alles direct te verbieden, maar door de belangrijkste ongezonde producten minder beschikbaar, minder goedkoop en minder aantrekkelijk aangeprezen te maken. Gewoon: kraanwater als norm en fruit en groenten als standaard snack. Eerst de maatregelen met de meeste impact; de azijn en stoeptegels komen later wel. Zodra we die rangorde hebben, kunnen we onze tijd, aandacht en budgetten richten op wat werkelijk verschil maakt. Dan staan we bovendien een stuk sterker tegenover de lobby en marketing achter ongezonde producten en gewoontes. In Cruijffiaanse termen: liever één goed elftal dan elf goede ééntallen.

“In Cruijffiaanse termen: liever één goed elftal dan elf goede ééntallen.”

En je kunt de weerstand uittekenen: “Betutteling, er wordt ons iets afgepakt!” Ik heb dit meegemaakt in Engeland, toen ik daar met mijn gezin woonde. In de zomer kregen we een prachtige en vooral heel duidelijke brief van de schooldirectrice: op school werd alleen kraanwater gedronken. Onze kinderen hebben een week of twee gepiept (“Waarom mogen we geen Fristi?”) en toen was het klaar. Tot mijn verbazing gingen ze thuis ook alleen nog maar water drinken, en zelfs als ze in een restaurant mochten kiezen wat ze wilden, bestelden ze gewoon water. Het was normaal, omdat iedereen om hen heen het ook deed. En omdat alle mensen met enig gezag (ouders en docenten) deze gewoonte bekrachtigden en handhaafden. Wat ook belangrijk was: de maatregelen waren duidelijk doordat iedereen dezelfde boodschap gaf. De directrice zei: “Kraanwater.” De docenten zeiden: “Kraanwater.” En wij als ouders zeiden: “Kraanwater.” En terug in Nederland waren ze een paar weken in shock omdat alle kinderen tussen de middag Fristi en appelsap dronken: “Soms wel twee pakjes!” Een paar weken later zaten onze kinderen ook weer gewoon aan de Fristi…

Duidelijkheid en eenduidigheid. Laten we daarom nou eens beginnen met kraanwater tot norm te maken. Als je vitamines wilt, dan eten we gewoon fruit met een glaasje water erbij in plaats van een smoothie. Daarna worden groenten en fruit de standaardsnack, en daarna verzinnen we een gezond alternatief voor de diepvriespizza (of nog eenvoudiger, maken we alle diepvriespizza’s gewoon gezond), net zo lang totdat we uit gekkigheid niet meer weten welke stappen we met z’n allen nog kunnen nemen om overgewicht te voorkomen. Maar ik vermoed dat het dan niet meer nodig zal zijn om een scheutje azijn in de salade te doen, of een stoeptegel met een fitnessbevel ergens in Gorinchem-Oost neer te leggen.

Deel deze column

Martijn Nap is epidemioloog en gezondheidseconoom, opgeleid aan de Radboud Universiteit. Hij werkte ruim 25 jaar op het snijvlak van zorg, data, technologie, marketing, en strategie, zowel internationaal als in Nederland. Vier jaar lang was hij algemeen directeur van IQVIA Nederland, wereldwijd marktleider in healthcare data, analytics en AI. Daarvoor vervulde hij internationale leiderschapsrollen binnen de life sciences sector. Vanuit Third Force Advisory adviseert hij bestuurders en organisaties over de toekomst van gezondheid, zorgtransformatie en maatschappelijke strategie.