← Terug
Gezondheid, Marketing & Preventie · Column

Alcoholgebruik of alcoholmisbruik? Wie bepaalt het frame?

Jaren geleden sprak ik tijdens een medisch congres een Vlaamse arts. Hij was internist-hematoloog, en zelfs binnen die hoogopgeleide groep werd hij gezien als een van de slimste artsen binnen zijn vakgebied. We kwamen te spreken over alcohol, en hij stelde dat “2 glazen rode wijn per dag een perfect recept was om gezond te blijven”. Naïef als ik was ging ik daarover voorzichtig met hem in discussie. Met de Vlaamse beleefdheid schudde hij resoluut het hoofd: “Nee, nee, Martijn. Twee glazen rode wijn per dag…”. Hij glimlachte er vriendelijk bij, maar zijn non-verbale signaal was duidelijk: handen af van mijn geliefde wijn.

Arts met een glas rode wijn

Ik moest aan hem denken toen ik deze week de discussie in België over alcohol zag oplaaien. Want dit is niet alleen een gezondheidsdiscussie. Het is ook een fascinerende strijd om het frame.

“Zijn dit schadelijke momenten?”: Belgische brouwers keren zich tegen nieuwe slogan ‘Alcohol schaadt de gezondheid’ (VRT NWS Nieuws)

De alcoholindustrie heeft het niet gemakkelijk met het veranderende beeld van alcohol. Jarenlang was de impliciete boodschap betrekkelijk comfortabel: te veel is ongezond, maar met mate drinken kan prima. Alleen schuurt dat steeds meer met de wetenschap, want voortschrijdend inzicht laat zien dat ook kleinere hoeveelheden minder onschuldig zijn dan we lange tijd dachten. En dat is even wennen.

Daartegenover staat een veel subtieler frame: het onderscheid tussen alcoholgebruik en alcoholmisbruik. Op het eerste gezicht klinkt dat heel redelijk — natuurlijk moeten we alcoholmisbruik bestrijden. Te veel drinken is slecht, verslaving is slecht, drinken in het verkeer is slecht. Maar een glas wijn bij het eten, of een paar biertjes in het weekend? Dat is toch iets heel anders?

En precies daar wordt het interessant. Want het woord “misbruik” doet iets met onze perceptie van het probleem: het verplaatst het probleem van het product naar de gebruiker. Alcohol is dan niet het probleem; het probleem ontstaat pas wanneer mensen er verkeerd mee omgaan.

“Alcohol is dan niet het probleem; het probleem ontstaat pas wanneer mensen er verkeerd mee omgaan.”

Vanuit marketingperspectief is dat een buitengewoon aantrekkelijk frame, omdat je het gezondheidsprobleem niet hoeft te ontkennen — sterker nog, je kunt je er nadrukkelijk tegen uitspreken. “Wij zijn óók tegen alcoholmisbruik, maar normaal en verantwoord drinken moet natuurlijk gewoon kunnen.” Klinkt sympathiek. Iets minder subtiel vertaald: laat ons met rust, we willen gewoon alcohol blijven verkopen.

En begrijp me niet verkeerd: er is natuurlijk een enorm verschil tussen één glas wijn en iedere dag een fles. Dosis doet ertoe, en gezondheidsschade is niet binair. Maar juist daarom is de volgende vraag zo interessant: als we het debat willen opdelen in verantwoord gebruik aan de ene kant en problematisch gebruik of misbruik aan de andere, dan moeten we ook kunnen vertellen waar die grens precies ligt.

Dus: wat is precies een veilige hoeveelheid alcohol per week? Niet wat we sociaal acceptabel vinden, niet wat we altijd normaal hebben gevonden, en ook niet vanaf hoeveel glazen we iemand een probleemdrinker noemen — maar simpelweg: bij welke hoeveelheid kunnen we zeggen dat alcohol geen extra gezondheidsrisico veroorzaakt?

En misschien is dát wel waarom de discussie over gebruik versus misbruik zo interessant blijft. Want soms lijkt een discussie over woorden gewoon een discussie over woorden — totdat je kijkt wie er voordeel heeft bij welk woord.

“Soms lijkt een discussie over woorden gewoon een discussie over woorden — totdat je kijkt wie er voordeel heeft bij welk woord.”

Deel deze column

Martijn Nap is epidemioloog en gezondheidseconoom, opgeleid aan de Radboud Universiteit. Hij werkte ruim 25 jaar op het snijvlak van zorg, data, technologie, marketing, en strategie, zowel internationaal als in Nederland. Vier jaar lang was hij algemeen directeur van IQVIA Nederland, wereldwijd marktleider in healthcare data, analytics en AI. Daarvoor vervulde hij internationale leiderschapsrollen binnen de life sciences sector. Vanuit Third Force Advisory adviseert hij bestuurders en organisaties over de toekomst van gezondheid, zorgtransformatie en maatschappelijke strategie.