Het is lastig jagen en verzamelen met kapotte heupen

Op de afdeling kindergeneeskunde zakken er inmiddels kinderen door hun heupjes als gevolg van overgewicht. De enige andere plek in het dierenrijk waar je dat ook ziet, is bij plofkippen. Hoe kan dit? Het simpele antwoord luidt: meer calorieën innemen dan je verbrandt – uitzonderingen van stofwisselingsstoornissen en erfelijke aandoeningen daargelaten. En hoe kan het dan dat er de afgelopen 30 jaar zo'n explosie aan overgewicht is? Ons DNA is in 30 jaar niet plotsklaps drastisch verandert.
Ook het antwoord op deze vraag is duidelijk: we zijn minder gaan bewegen, en meer en ongezonder gaan eten (en slechter gaan slapen, dat ook). Inmiddels moeten we het hoofd bieden aan "eetdrammen" en een "obesogene voedselomgeving". Als taalliefhebber vind ik dat prachtige woorden, maar als epidemioloog en gezondheidseconoom vind ik het vooral extreem zorgelijk. De echte vraag is dan ook: Hoe zijn we zover gekomen? Laten we deze trend eens in historisch perspectief plaatsen.
Duizenden jaren geleden moesten we ons kostje bij elkaar scharrelen. Er was eigenlijk nauwelijks eten. Dus als er iets te eten was; snel pakken en in je mond stoppen! Jagen en verzamelen. We zijn evolutionair zo geprogrammeerd dat we meteen eten wat we voor onze neus krijgen, en als we dan een keer teveel kunnen eten, dan slaan we die energie op in vet, zodat we een reservevoorraad hebben voor magere tijden. Het zit dus eigenlijk in ons DNA om dik te worden als er genoeg te eten om ons heen te krijgen is.
“Het zit in ons DNA om dik te worden als er genoeg te eten om ons heen is.”
Toen kwam iemand op het lumineuze idee om ons eten op te sluiten met een paar hekken er omheen. Dan hoefden we niet meer te jagen en verzamelen. Keihandig! En zo was de landbouw geboren. Dit was echter alsnog hard werken, dus de mens verbrandde nog steeds meer dan genoeg calorieën om een gezond gewicht te behouden.
Tot de industriële revolutie; plotseling werd een deel van het werk minder arbeidsintensief, en konden we op industriële schaal voedsel produceren met behulp van machines. En zelfs dat ging qua lichaamsgewicht nog steeds wonderwel goed, zeker in het overwegend Calvinistische Nederland, waar overdaad schaadt en doe maar normaal dan doe je al gek genoeg en de blauwe knoop en op de fiets naar je werk.
Na de tweede wereldoorlog kreeg de voedselproductie een extra dimensie: no more hunger! Er moest altijd en overal genoeg te eten zijn, en we kregen na de hongerwinter allemaal met onze opvoeding mee dat het goed was om je bord leeg te eten. Ook als je vol zat. "Eerst je bord leeg, anders mag je niet van tafel". Daar kwamen tijdens de wederopbouw economische motieven vanuit de overheid bovenop: landbouw werd een belangrijke bedrijfstak met een sterke lobby in Den Haag, en zo werden we één van de weinige landen met een gesubsidieerde melkplas, een boterberg, en een overschot aan suikerbieten. Ik heb wel eens gehoord dat in Nederland tijdens de wederopbouw is bepaald dat de frisdrank verplicht extra zoet moest zijn, omdat de suikerbieten op moesten. Er zijn wereldwijd trouwens weinig landen waar mensen na hun vierde levensjaar vrijwillig melk drinken, maar in Nederland zijn we gaan geloven dat het normaal is.
Na de wederopbouw volgde de ontzuiling, waarin we bevrijd werden van opgelegde normen en waarden van net in welk nestje je geboren werd: protestant, katholiek of socialistisch. Als bijwerking van de ontzuiling kregen we er een collectief gebrek aan purpose voor terug, hetgeen resulteerde in de geweldige, hedonistische en nihilistische jaren 90, waarin genieten zo'n beetje gelijk werd gesteld aan gelukkig en succesvol zijn. In mijn ogen is Rutte, net als ik een fan van de jaren 90, daar nog steeds de politieke exponent van met zijn legendarische: "Het klimaat staat onder druk, maar dat betekent niet dat we niet meer lekker kunnen barbecueën". Ziedaar het probleem van doorgeschoten neo-liberalisme samengevat in één visieloos citaat. In de praktijk betekent het in essentie dat geluk en succes gelijk zijn komen te staan aan consumeren, met een groeiend Bruto Nationaal Product als het ultieme doel van de overheid.
Tegelijkertijd heeft de wetenschap achter marketing niet stil gezeten, en zijn we inmiddels in het tijdperk van de neuromarketing, influencers en AI-algoritmes beland. Marketing die regelrecht je ruggenmerg in knalt en ons automatisch dingen laat kopen en consumeren zonder dat we het bewust doorhebben. In de jaren 90 zijn die marketingpraktijken voor eten en drinken overgewaaid naar Europa en Azië. Meer dan de helft van de Nederlanders is te zwaar, met een enorme druk op de gezondheidszorg tot gevolg.
Ik kan niet anders dan concluderen dat de voornaamste oorzaak van deze overgewicht-epidemie is terug te voeren op het industrialiseren en commercialiseren van onze voedselketen. Van de akker tot op ons bord zitten er in elke stap financiële prikkels die maar één kant op wijzen: meer, efficiënter en makkelijker.
“Van de akker tot op ons bord zitten er in elke stap financiële prikkels die maar één kant op wijzen.”
Op de akker: meer produceren per hectare (twee keer per jaar oogsten als het even kan), maar vlees per kip, meer melk per koe en ga zo maar door. Door naar de fabriek: efficiënt verwerken, grote verpakkingen, lang houdbaar met veel conserveringsmiddelen. Dan de supermarkt: 80% van het aanbod is ongezond dan wel overbodig, en 80% van de aanbiedingen betreft ongezond eten en drinken. Het draait om marges en volume. Vervolgens de marketing; verleidelijke kleuren en geuren in de supermarkt, onlogische indeling om ons te laten verdwalen en meer te kopen, weinig daglicht om de impulsgevoeligheid te verhogen, de optimale muziekmix voor maximale ontspanning (want ontspannen mensen kopen meer), aanbiedingen op de kop van elke rij, eerst de groenten om het geweten te sussen, dan pas de ongezonde producten, snoepjes bij de kassa, en eindeloze schappen met een waanzinnige hoeveelheid aan smaken en soorten chocola, ontbijtgranen, frisdrank, bier en snacks. En tot slot de keuken en eettafel; door tijdsdruk bij de tweeverdieners en financiële stress bij de minima willen we goedkope maaltijden, die snel klaar te maken zijn, en waar niemand over loopt te piepen tijdens het eten. Oftewel: kant en klaar, veel plastic, hyperprocessed, veel suiker en zout, weinig groenten, en zeker niet vers.
We worden te zwaar, de kwaliteit van bodem en drinkwater hollen achteruit, bijen sterven uit door landbouwgif, met toename aan Parkinson als extraatje, en we slopen het regenwoud om veevoer te kunnen verbouwen. Daarom is het de hoogste tijd dat in elke stap van de voedselketen de financiële prikkels nog maar op twee zaken gericht zijn; gezond en duurzaam. Van de akker tot op ons bord. We hebben in 30 jaar een obesitasepidemie gecreëerd, dat moet in deze tijden van A.I. in minder dan 30 jaar om te keren zijn. Al is het maar voor die arme kinderen die door hun heupjes zakken van geluk en succes.
Martijn Nap is epidemioloog en gezondheidseconoom, opgeleid aan de Radboud Universiteit. Hij werkte ruim 25 jaar op het snijvlak van zorg, data, technologie, marketing, en strategie, zowel internationaal als in Nederland. Vier jaar lang was hij algemeen directeur van IQVIA Nederland, wereldwijd marktleider in healthcare data, analytics en AI. Daarvoor vervulde hij internationale leiderschapsrollen binnen de life sciences sector. Vanuit Third Force Advisory adviseert hij bestuurders en organisaties over de toekomst van gezondheid, zorgtransformatie en maatschappelijke strategie.