De preventieve werking van GLP1-remmers – een voorspelling
De metafoor van de badkuip is inmiddels wereldberoemd in obesitasland. De epidemie is als een volgelopen badkuip; het water stroomt over de rand terwijl de kraan wagenwijd open staat. We moeten dus de kraan dichtdraaien en de stop eruit trekken, zodat het bad weer leeg loopt. In die metafoor staat "de kraan dicht" voor preventie, en "de stop eruit" voor behandelen. Immers; we kunnen de kraan wel dicht draaien, maar dan zitten we nog steeds met een badkuip vol met te zware mensen. In deze column voorspel ik dat de kraan en de stop een wisselwerking gaan hebben.
De beschikbare behandelingen, zoals bijvoorbeeld een maagverkleining en GLP1-remmers ("de spuiten"), worden dus gezien als een manier om mensen die inmiddels te zwaar zijn op een gezonder gewicht te krijgen. Tegelijkertijd moet er meer gebeuren aan preventie, zowel op gedragsniveau als op omgevingsniveau. Bij gedrag kun je denken aan gezonde gewoontes aanleren zoals de trap nemen in plaats van de lift, elke dag een uur wandelen of sporten, en gezond eten en drinken. Bij omgeving kun je denken aan het verbeteren van het aanbod van gezonde voeding, ongezond eten en drinken duurder maken, en vooral de continue aanwezigheid van ongezond eten en drinken en de promotie daarvan inperken. Kortom; een gezonde voedselomgeving scheppen.
“Die spuiten gaan ook een preventieve werking hebben.”
Mijn stelling van de dag luidt: die spuiten gaan ook een preventieve werking hebben. Ik bespeur namelijk een nieuwe trend, en die baseer ik op twee observaties. De eerste betreft een opmerkelijk nieuwsbericht uit de US of A: de spuiten veranderen het koopgedrag van gebruikers. Oftewel; mensen die een GLP1-antagonist gebruiken, gaan andere dingen in hun winkelwagentje leggen als ze door de supermarkt lopen. Dat betekent dat supermarkten, en dus ook voedselfabrikanten en zelfs horecagelegenheden hun aanbod zullen moeten aanpassen om succesvol te blijven. Fascinerend dat een geneesmiddel een dergelijk knock-on effect teweeg zou kunnen brengen. Dat zou namelijk betekenen dat GLP1-antagonisten een positieve impact op het voedselaanbod kunnen gaan krijgen, en daarmee op onze voedselomgeving…ook voor mensen die (nog) geen spuit nodig hebben.
De tweede observatie haal ik uit mijn directe omgeving. Ik heb meerdere gesprekken gehoord van GLP1-gebruikers die complimenten kregen uit hun omgeving vanwege hun nieuwe, afgeslankte uiterlijk. Vervolgens liet de niet-gebruiker zich iets ontvallen in de trend van "Misschien moet ik zelf ook maar eens wat meer gaan sporten, gezonder gaan eten, etc".
Het deed me denken aan mijn jeugdjaren. In die tijd was overgewicht zeldzaam. Als er al iemand te zwaar was, dan stond die persoon al snel bekend als "die dikke". Niet leuk natuurlijk, maar wel herkenbaar. We hadden in mijn voetbalteam één jongetje dat te zwaar was. Mede doordat hij niet snel kon rennen, was hij heel goed geworden in schieten en passen. Maar dan ook echt heel goed. Hij had een indrukwekkend afstandsschot in huis, en met zijn geniale spelinzicht zette hij zijn ploeggenoten regelmatig vrij voor de keeper. Ik kon niet zo goed voetballen als hij, maar wel heel hard en lang lopen. Als die zware ploeggenoot eens een keer de bal kwijt raakte, liep ik me met plezier het snot voor de ogen om de bal terug te veroveren en snel naar hem te passen, omdat ik wist dat hij daarna weer geniale dingen met de bal zou gaan doen.
Ik heb vele jaren met hem in hetzelfde team gezeten, en elk jaar werd hij zwaarder en trager, tot het punt dat hij zijn beperkte loopvermogen niet meer met briljant voetbal kon compenseren. Het voetbalseizoen kwam ten einde, we gingen de zomerstop in, en ieder ging zijns weegs. Na een heerlijke zomervakantie mochten we eind augustus weer de wei in – lekker ballen. Toen kwam die ploeggenoot het veld op; compleet afgevallen. Hij kon nog steeds goed passen en schieten, en zijn snelheid was opeens niet meer zijn zwakke punt. Tijdens de trainingen heb ik zijn transformatie vervloekt (hij was niet te stoppen), maar tijdens de wedstrijden was ik er maar wat blij mee. Wat was er gebeurd? Tijdens de zomerstop had hij samen met zijn ouders besloten dat het tijd was om in te grijpen. Hij had zijn voeding aangepast, en hij had de hele zomer gesport. Ik herinner me nog wat hij vertelde: "Gewoon met mijn vrienden gevoetbald, en op de dagen dat ze geen zin hadden, ben ik rondjes gaan rennen op het veldje bij ons achter. Met een vuilniszak om mijn lijf. Ga je lekker zweten!". Ik weet tot op de dag van vandaag niet of dat laatste nou zo verstandig was, maar zijn overgewicht was in één zomer weg. En terwijl ik dit schrijf, realiseer ik me dat de obesitasepidemie juist in stand blijft omdat veel mensen door allerlei omstandigheden niet in staat zijn om in te grijpen. Ze hebben niet de headspace, niet de kennis, of niet eens een veldje achter het huis in de wijk waar ze wonen.
Voor alle duidelijkheid; ik ben tegen fat-shaming. Dat is niet goed te praten. En ik snap het belang van body positivity, maar het begint wel in de weg te staan van een open dialoog. Overgewicht gaat namelijk helemaal niet om mooi of lelijk, maar om gezond of ongezond, en dat moet bespreekbaar zijn. In mijn jeugd viel het echt op als iemand te zwaar was, en dan werd de onuitgesproken sociale druk op het kind en op de ouders op een gegeven moment zo groot, dat mensen uit zichzelf vaak wel ingrepen. Of we het willen of niet; we zijn nu eenmaal kuddedieren, en de sociale norm (dus ook: wat we om ons heen zien) bepaalt voor een groot deel ons gedrag. Wat er nu aan de gang is in onze maatschappij, is een groepsproces van langzaam maar zeker gezamenlijk te zwaar worden. En daarmee ongezond. Inmiddels is meer dan de helft van de Nederlanders te zwaar. Dat betekent dat die sociale prikkel om in te grijpen in ons eigen gewicht en in ons eigen leven is weggevallen. De sociale norm is de facto verschoven naar "te zwaar zijn". Deze verschuiving, gecombineerd met body positivity en de cancel cultuur, maakt dat het minder opvalt als iemand langzaam maar zeker te zwaar wordt, en dat het al helemaal onbespreekbaar wordt.
Tenzij…
Tenzij mensen met obesitas, of zelfs met fors overgewicht, aan de spuit gaan. Zodra obesitas, en mogelijk ook overgewicht, op die manier weer zeldzaam worden, gaat het vanzelf weer opvallen als iemand toch wel te zwaar is. Randvoorwaarde daarbij is natuurlijk wel dat dit voor iedereen gaat gelden, en niet alleen voor degenen die het zich kunnen veroorloven.
“Anders gaan we Amerika achterna: arm en obees vs rijk en slank.”
Via de weg van het voedselaanbod en de sociale norm zou een behandeling dus ook een preventief effect kunnen hebben op de rest van de populatie die (nog) niet te zwaar is. Of dit ook echt zo zal werken? De tijd zal het leren, maar ik vind het de overweging waard om "De Spuit" voor alle Nederlanders die het nodig hebben beschikbaar te maken, en niet alleen voor degenen de het kunnen betalen. Anders gaan we namelijk alsnog Amerika achterna: arm en obees vs rijk en slank.
Martijn Nap is epidemioloog en gezondheidseconoom, opgeleid aan de Radboud Universiteit. Hij werkte ruim 25 jaar op het snijvlak van zorg, data, technologie, marketing, en strategie, zowel internationaal als in Nederland. Vier jaar lang was hij algemeen directeur van IQVIA Nederland, wereldwijd marktleider in healthcare data, analytics en AI. Daarvoor vervulde hij internationale leiderschapsrollen binnen de life sciences sector. Vanuit Third Force Advisory adviseert hij bestuurders en organisaties over de toekomst van gezondheid, zorgtransformatie en maatschappelijke strategie.