← Terug naar Thought Leadership
Gezondheidszorg · Column

Eigen schuld, dikke buik-billen-dijen?

De vraag doet zich steeds vaker voor: moeten we obesitasmedicatie nou wel of niet vergoeden? Als liefhebber van innovatie in de zorg (en dat is veel breder dan medicijnen alleen) ben ik natuurlijk bevooroordeeld. Dus laat ik om te beginnen eens advocaat van de duivel spelen: elk pondje gaat door het mondje, en de Hollandse, vaak calvinistische, volksaard zegt: "Eigen schuld, dikke buik-billen-dijen?". Gewoon minder eten en wat meer bewegen, en hoezo zouden we onze premiecenten uitgeven aan spuitjes voor mensen die hun vraatzucht niet onder controle hebben? Als je het echt wilt, dan lukt het je!

Ik hoor deze redenering steeds vaker, ook van zorgprofessionals, en ik zal het maar meteen eerlijk zeggen; ik ben het daar niet mee eens. Al is het maar omdat een deel van de obesitaspatiënten een onderliggende aandoening heeft (bijvoorbeeld een stofwisselingsziekte) waardoor ze te zwaar zijn geworden, of erfelijk belast zijn. Dit betreft slechts een klein percentage van de bevolking, maar toch. Daarnaast gaat die Hollandse manier van redeneren totaal voorbij aan drie zaken: de medische kant, de gedragsmatige kant, en de maatschappelijke context van obesitas.

Medisch gezien is het nog steeds zo dat obesitas niet altijd als een ziekte wordt (h)erkend. We worden pas wakker als iemand na jaren geleefd te hebben met overgewicht vervolgens diabetes, vaatlijden, kapotte knieën, een kapotte lever, of kanker krijgt. Of gewoon ter plekke neerstort door een hartaanval. Maar een klomp buikvet dat een hormoonproducerend orgaan op zichzelf is geworden, dat zien we nog niet direct als een moeilijk om te keren ziekteproces. Dus waarom zou je het dan behandelen?

Het ontkennen van de gedragsmatige kant van obesitas irriteert me het meest. We denken graag nog steeds dat keuzegedrag een bewust, rationeel proces is, waarbij het individu ten alle tijden volledige controle heeft over het eigen handelen, de eigen impulsen, en oerinstincten in het algemeen. Een achterhaald mensbeeld uit de jaren 70, en een schitterend voorbeeld van de hoogmoed van de mens. Zoals een stier reageert op een rode lap, en een kat op een bungelend draadje, zo reageert een mens op lekker eten. Er zijn voedselmarketeers en supermarkteigenaren die minstens 40 uur per week nadenken over de vraag: "Hoe gaan we de bevolking zoveel mogelijk rotzooi laten consumeren?". En daar zijn die voedselmarketeers tegenwoordig heel erg goed in. Het is zelfs mogelijk om af te studeren in food engineering; daarin leer je onder andere de juiste mix te vinden tussen suiker, zout, vet, smaak en kleur om een zo hoog mogelijke endorfinepiek bij de consument te triggeren zodra hij of zij het nieuwste hapje proeft.

Zoals een stier reageert op een rode lap, zo reageert een mens op lekker eten.

En dan de maatschappelijke context: die staat bol van de tegenstrijdigheden en achterhaalde ideeën. Als de economie twee kwartalen niet groeit, spreken we van een recessie; iedereen in paniek. Als er veel geconsumeerd wordt, is dat dus goed. Goed voor de economie. Maar op het moment dat er een obesitaspandemie ontstaat, met extreem hoge maatschappelijke kosten, haalt iedereen toch een beetje de schouders op. Eigen schuld, dikke buik-billen-dijen? Als Coca Cola failliet zou gaan, zou het groot nieuws zijn. Maar als Tommy Tomato failliet zou gaan, zou geen haan er naar kraaien. Tommy wie? Precies.

Op het moment dat er dan iemand voorstelt om maatregelen te nemen tegen al die ongezonde meuk, komen de meest wonderlijke smoesjes los, zoals "eigen keuze!" en "weg met de betutteling!". Die eerste heb ik al ontkracht, maar die tweede blijft toch vreemd. Als er fipronil in de eieren zit, moeten acuut alle bakjes uit de schappen worden verwijderd, en alle kippen geruimd, want er zou misschien nog eens iemand aan dood gaan. Voor zover ik weet is dat nog nooit voorgekomen. Maar er mogen wel schappen vol met frisdrank in de supermarkt staan. Meterslange schappen.

Het meest ondoordachte argument van tegenstanders van voedselregulering vind ik het punt over armoede: "Als we ongezond voedsel duurder maken, dan kunnen de armsten in de samenleving geen boodschappen meer doen". Dat mag dan zo zijn, maar dat is nog steeds geen sterk argument om ongezond voedsel goedkoop te houden. Ten eerste omdat je dan dus bewust de armsten in de samenleving ongezond laat eten. Dit draagt bij aan de gezondheidskloof, en maakt alle ellende alleen maar erger. Mijn stelling: maak ongezond eten fors duurder én maak gezond eten goedkoper. En voor die paar procent van de bevolking die dan nog steeds geen gezonde boodschappen kan kopen, regelen we iets, zodat ook zij de gezonde voeding krijgen die ze nodig hebben.

Je had het al geraden; ik ben een fan van die obesitasbehandelingen. Maar ik denk dat er meer nodig is. Hoe meer ik er over nadenk, des te radicaler mijn ideeën worden. Ik zou beginnen met het verbieden van alle frisdranken en light dranken. Gewoon heel simpel: lekker kraanwater drinken met z'n allen.

Ik denk dat de eigenlijke oplossing van de obesitaspandemie ligt in de supermarkt, op school, op de sportclub en aan de keukentafel. Bij de gewoontes en reflexen die we onze kinderen meegeven. Ik heb met mijn gezin een jaar in Engeland gewoond, en daar mochten de kinderen op school alleen maar water drinken. Twee weken piepen, en daarna ging dat prima. In Japan werkt dit ook; het is het enige welvarende land ter wereld waar obesitas geen groot probleem is, en waar obesitas onder kinderen afneemt. Waarom omarmen we dit goede voorbeeld niet?

We mesten de bevolking vet, en krijgen nu de rekening gepresenteerd.

Zolang we niet bereid zijn om de volgende generatie gezonde eet- en drinkgewoontes bij te brengen, en zolang we uit angst voor een economische recessie niet bereid zijn om burgers & consumenten te beschermen met een verbod op vervuilend eten en drinken, zie ik niet in waarom we diezelfde burgers & consumenten een effectieve behandeling zouden ontzeggen. We mesten de bevolking vet, en krijgen nu de rekening gepresenteerd. Eigen schuld, dikke buik-billen-dijen?

Martijn Nap is epidemioloog en gezondheidseconoom, opgeleid aan de Radboud Universiteit. Hij werkte ruim 25 jaar op het snijvlak van zorg, data, technologie, marketing, en strategie, zowel internationaal als in Nederland. Vier jaar lang was hij algemeen directeur van IQVIA Nederland, wereldwijd marktleider in healthcare data, analytics en AI. Daarvoor vervulde hij internationale leiderschapsrollen binnen de life sciences sector. Vanuit Third Force Advisory adviseert hij bestuurders en organisaties over de toekomst van gezondheid, zorgtransformatie en maatschappelijke strategie.